English     Español  
 
home     diensten     profiel     tarieven     contact     over tolken en vertalers  
   

Over tolken en vertalers

“… en hetzelfde zal gebeuren met al diegene die gedichtenbundels in een andere taal zouden willen vertalen: dat ondanks de grote zorgvuldigheid waarmee zij te werk zullen gaan en de vaardigheid die zij ten toon zullen spreiden, hun werk nooit het niveau zal bereiken van het origineel."

Miguel de Cervantes Saavedra

Sinds de mythische tijden van de Toren van Babel zijn de mensen gedwongen om in verschillende talen te communiceren. De activiteit van tolken en vertalers ontstond ooit om menselijke contacten mogelijk te maken. Reeds in het jaar 2000 voor Christus werd in een graftombe op het Elefantine eiland ten zuiden van Egypte melding gemaakt van het bestaan van een groep vertalers in dienst van de officiële instanties van de farao’s. Het meest spectaculaire voorbeeld van een vertaling uit de oudheid is de Steen van Rosette, een donkere granieten stèle uit het jaar 126 voor Christus, waarop op drie verschillende manieren een dankbetuiging van de priesters van Memphis aan koning Ptolomeus V staat geschreven: door middel van hiërogliefen en Demotisch schrift en in het Grieks alfabet.

De triomf van het christendom legde de basis voor een andere toonaangevende vertaling, die door de heilige Hieronymus werd gemaakt: de Vulgata, de Latijnse versie van de Bijbel, vanuit het Grieks en het Hebreeuws. Als toegewijde vertaler, geboren in het jaar 340 na Christus, heeft deze heremiet en kerkvader de rol toebedeeld gekregen van beschermheilige van vertalers, schrijvers en blinden.

Tolken en vertalers vergezelden daarna de missionarissen die met de bekering van de Europese volkeren belast waren. De traditie van het vertalen van religieuze teksten werd in de Middeleeuwen door meertalige monniken voortgezet en mondde eeuwen later uit in het revolutionaire vertaalwerk van Erasmus en Luther. Een van de meest ambitieuze vertaalprojecten uit de geschiedenis werd in het multiculturele Spanje van de elfde eeuw gestart: de Escuela de Traducción de Toledo (de Vertaalschool van Toledo). Het bevorderde de vertaling in het Latijn en het Spaans van de filosofische en wetenschappelijke werken, die de Griekse, Hebreeuwse en Arabische culturen hadden voortgebracht.

Tolken en vertalers speelden ook een belangrijke rol in de verovering van de Nieuwe Wereld, die onmogelijk was geweest zonder het polemische werk van figuren als Doña Marina, Malinche, tolk en maîtresse van Hernán Cortés. Malinche was een meisje uit de Azteekse adel dat als slavin aan de Maya’s was verkocht en het Nahuatl, het Maya en het Spaans vloeiend sprak. Om zich te wreken van het onrecht dat haar als kind was aangedaan, vertelde zij veel geheimen van de Azteken aan Cortés, die vervolgens hun welvarende rijk zonder al te veel moeite kon veroveren.

Serieus vertaalwerk aan het einde van de achttiende eeuw inspireerde de vrijheidsbeweging in Noord- en Zuid-Amerika: de vertaling van de filosofische werken uit de Verlichting, die vrijheid en gelijkheid hoog in het vaandel hadden staan. Met de opkomst van de Romantiek heeft ook de vertaling van literaire werken aan kracht gewonnen. Dit vertaalwerk werd niet zelden door schrijvers en dichters verricht, zoals Charles Baudelaire en Ezra Pound, die hun collega’s uit andere streken koppig probeerden te vertalen in een wereld die breed en onbekend bleek te zijn.

De geschiedenis van het vertalen heeft zich gekenmerkt door de discussie over de aard van het vertalen. Cervantes had reeds zijn twijfels geuit over het beroep van “al diegene die gedichtenbundels in een andere taal zouden willen vertalen”. Voor de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset is vertalen een soort taalkundige utopie, aangezien elke taal geworteld is in haar eigen sociale, culturele en politieke context. Een vertaling zou dan niets anders zijn dan een simpele ‘benadering’ van het origineel, slechts gevoed door de subjectiviteit van de vertaler en de omstandigheden. Wij zijn hier slechts een stap verwijderd van het afschrikwekkende ‘traduttore traditore’ (‘de vertaler is een verrader’) van de Italianen.

Tussen de hoop van de heilige Hieronymus en het scepticisme van Ortega y Gasset balanceert de moderne vertaler. Anders dan Hieronymus is hij door woordenboeken omringd en gebruikt hij daarnaast internet als een ruime schuilplaats, een oneindig en lumineus universum dat hem veel mogelijkheden biedt om zich te kunnen redden.

Zowel in het Nederlands als in het Spaans heeft het beroep van tolk en vertaler nog steeds de functie van communicerend vat bij uitstek. De historische en culturele banden tussen de volkeren die deze twee talen spreken gaan terug in de tijd, toen de Lage Landen onder Karel de Vijfde een kolonie van Spanje werden. Iets later, in de woelige tijden aan het begin van het kapitalisme, zagen Nederlandse avonturiers op de Antillen en in Zuid-Amerika de kans schoon om hun geluk te zoeken. Op een vreedzamere manier zijn de relaties tussen deze volkeren heden ten dage intensiever geworden, met name als gevolg van de globalisering. In deze context is het werk van tolken en vertalers onmisbaar geworden. Dit vertaalwerk moet op een efficiënte en onberispelijke wijze uitgevoerd worden en staat nog steeds onder de auspiciën van Hieronymus. Na 4000 jaar geschiedenis maken tolken en vertalers nog steeds communicatie mogelijk in de moderne Toren van Babel. EVS.
 


Heilige Hieronymus,
Marinus Claeszon van Reymerswaele
(ca. 1490 – 1567)
Prado Museum, Madrid.